Als ik niet in het NU ben… waar ben ik dan??

Tijdens de cursus en de NaPraatgroepen, constateren we regelmatig dat de stress momenten die ingebracht worden vrijwel altijd veroorzaakt werden doordat je niet Aanwezig was in het NU.

Dat klinkt zweverig misschien, want je bent toch altijd in het NU? Nu toch ook?

Zo is het ook natuurlijk. Lichamelijk kun je nergens heen. Maar met je hoofd kun je alle kanten op. Naar de buurvrouw die er van vindt, naar de toekomst waarin een kind het nog steeds niet geleerd heeft of je nooit meer serieus neemt als je nu toch ja zegt, naar vroeger toen je ook gewoon je bord leeg moest eten.

Vanuit de Theorie-U noemen we het poortwachters die je uit het NU halen. Het zijn kritische stemmen in je hoofd die je voor fouten behoeden. Je leert immers van je fouten en je kunt niet bij elk moment opnieuw het wiel uitvinden. Dus heb je een paar poortwachters die er voor zorgen dat je snel weet wat je moet doen in lastige situaties. Maar soms hebben ze het fout. Soms beschermen ze terwijl er geen gevaar was. Soms is het een patroon dat vroeger heel goed werkte, maar nu niet meer van toepassing is. Hoe weet je nou het verschil?

Stress is een raadgever.

Zodra je stress voelt, weet je eigenlijk dat je ergens een grens over gegaan bent waardoor je uit je evenwicht bent geraakt. Het zijn vaak zoveel factoren door elkaar tegelijk dat je het lastig kan vinden om te zien wat er precies gebeurt, maar het kan helpen om bij jezelf na te leren gaan wat er precies in je hoofd is gebeurt op het moment dat je voor het eerst merkte dat je iets niet helemaal acceptabel vond.

Laatst bracht een cursist een situatie in met haar kind waar ze stress ervoer doordat het kind iets wou wat volgens haar niet kon en er een drama van maakte. Het ging in dit geval om jas uit. Haar vraag was: hoe krijg ik haar dan zover, dat ze doet wat ik zeg?

Mijn wedervraag was: waarom mocht het niet van jou?

Er waren vele redenen waarom het niet mocht,

  • ze was net ziek geweest,
  • ze kan de gevolgen nog niet overzien,
  • dan wou zusje het ook,
  • dan zou die andere mevrouw in de speeltuin er iets van vinden,
  • ik heb eenmaal ‘nee’ gezegd en als ik nu alsnog toegeef, neemt ze me nooit meer serieus,
  • mijn man had er al iets over gezegd dus ik had geen zin in zijn ‘zie je wel’ etc etc.

Ze was zich niet bewust geweest van al die stemmen in haar hoofd. Ze had zich alleen gefocust op haar eigen weerstand tegen het drama en haar wens dat haar dochter ging snappen wat ze wou en doen wat ze zei.

Heel herkenbaar. Ik krijg ook graag voor elkaar wat ik zelf wil. En vaak lukt dat ook, ik ben erg goed in voor elkaar krijgen wat ik wil, maar niet altijd zonder stress en meestal ook niet met het resultaat wat ik uiteindelijk wil bereiken.

Gehoorzame kinderen

Eerder in een blog heb ik al beschreven dat ik helemaal geen gehoorzame kinderen wil. Ik wil kinderen die zelf na kunnen denken en mijn en andere opdrachten in twijfel trekken omdat ze in staat zijn om hun eigen oordeel te vellen. Dat leren ze niet als ik ze leer gehoorzamen. 

Ik stond vorige week tot twee keer toe op één dag in een winkel met een krijsend kind omdat ik niet ging kopen wat zij had aangewezen. Ik voelde me zo dom. Het was ook nog in het gangpad van de Hema waar een paar maanden geleden precies hetzelfde gebeurde. Mensen keken om, sommigen geamuseerd, sommigen geïrriteerd en ik dacht: Moeder, daar sta je moeder, coach van Yaksha’s lessen, laat maar zien dan hoe dit moet. Maar het volgende moment kwam ik weer bij mezelf zodat ik met mijn dochter de situatie liefdevol kon oplossen. Ik heb geen truc om een krijsend kind uit de Hema te halen. Alleen om in zo’n situatie geen stress te ervaren. Hoe meer ik dan wil dat ze stopt met krijsen, hoe meer ik weerstand voel tegen het krijsen. Juist dan, door die weerstand die ik versterk, door te focussen op hoe ik het kan laten stoppen, komen de stemmen naar boven die influisteren wat mijn poortwachters bevestigt willen zien: Je kan er niks van, je bent een slechte moeder, je kind is slecht opgevoed, als je nu toegeeft…. waar bemoeit dat mens zich mee dat zo boos onze kant op kijkt, dit is het zoveelste vandaag wat niet goed gaat, waarom overkomt mij dit etc etc. Zodra ik mezelf toesta te accepteren wat er nu gebeurt, kan ik milder kijken naar mezelf en meteen ook naar mijn dochter, én de mevrouw die boos onze kant op keek.

Focus op je Adem, voel je lijf, ervaar je gevoelens, beschouw je gedachten, ben aanwezig en wees mild.

Juist dan. WEES MILD Dat lukt niet door het tegen jezelf te zeggen. Je moet er voor naar het NU terugkeren. Dit is een oefening van mindfulness. In het begin ben je je helemaal niet zo bewust van al die gedachten en gevoelens die jou belemmeren. Je kunt het ook niet makkelijk oefenen in de stress situaties zelf. Thuis op een stoel gaat dat veel makkelijker. Het is gebleken dat mensen die dit dagelijks thuis even oefenen, al is het maar een paar minuten, dat ook in stress situaties steeds makkelijker kunnen. Je bewust worden van je gedachten en gevoelens achter de weerstand die je voelt. Zodat je kunt kiezen of je er ook naar wilt handelen.

Midden in de winkel, waar ik het liefst zo snel mogelijk weg wil, kan ik liefdevol zijn en uitleggen dat we geen roze verkleedjurk gaan kopen vandaag. Ik accepteer dat ze blijft huilen tot we buiten zijn, maar ik ben niet meer boos en ze krijst niet meer. Bij de blokker herhaalt zich het drama nog een keer en voel ik me super dom. Zeker omdat we lopend er naartoe hadden afgesproken dat we geen speelgoed gingen kopen. Maar ik zie ook dat zij mag leren en dat het nog een paar keer moeilijk mag zijn dat ze een moeder heeft die niks wil kopen om het kopen.

Samengevat:

Stress wordt veroorzaakt doordat je in situaties naar het verleden, de toekomst of het oordeel van anderen of jezelf gaat met je gedachten en gevoelens. Dan ben je er niet meer helemaal bij en kun je niet mild zijn naar jezelf of anderen. Door vaak te oefenen met naar het nu gaan, in rustige situaties, kunnen je hersenen dit ook als er stress is. Om in het NU te komen, moet je je weerstand loslaten en om je weerstand los te laten, moet je hem eerst in de ogen kijken. Door dat te doen wordt je vanzelf mild naar jezelf en de ervaring is dat als je dat kan, je als vanzelf ook mild wordt naar anderen.

Aandacht naar NU

In de kerstvakantie is het beeldscherm beleid in ons huis een beetje losgelaten. De kinderen worden steeds zelfstandiger en wisten hun eigen filmpjes aan te zetten, wat ik eigenlijk wel heel handig vond. Mijn website moest volledig opnieuw opgebouwd worden en ik er was een project op mijn werk wat erg veel tijd vroeg, dus ik zat zelf ook veel aan beeldschermen vast.

In de klas van Ralph brak ook nog de Pokémon rage uit en toen een vriendje hem er alles over kon vertellen wist Ralph mij over te halen om een account voor hem te maken. Het eerste weekend was dat een enorm succes toen hij om 10 uur al voorstelde om ons aan te kleden en het park in te gaan. Dat werd snel minder als ik een uitgespeelde lege telefoon terugkreeg en steeds vaker discussie en boze buien als ik vond dat er even niet gespeeld kon worden.

Ik merkte dat de gezamenlijke familiemomenten steeds meer verdwenen. Ik miste het samen eten voorbereiden, spelletjes aan tafel, knutselen, bouwen en gewoon spelen dat ik dié was en jij dié en dat we op avontuur gingen door het hele huis.  Bovendien zijn de kinderen in staat tot veel meer bijdragen in het huishouden dan ze nu doen.

Nieuwe regels nodig dus. Ik hou van autonomie en eigen regie dus dat losten we als volgt op:

De kinderen zijn voortaan verantwoordelijk voor: 

  • Eten helpen voorbereiden
  • Tafel dekken (speciaal hiervoor heb ik de borden in het lage keukenkastje gezet)
  • Moestuintjes water geven
  • Konijn eten geven

Beeldschermbeleid: 

  • Er mag elke dag 1 uur tv gekeken worden, liefst rondom het koken. In elk geval vóor het eten en nadat je taken zijn gedaan.
  • Tijd is tijd. ‘nog alleen dit filmpje afkijken’ is verleden tijd. (digitale tv onthoudt waar je gebleven ben)
  • In het weekend mag er ’s ochtends een uur extra worden gekeken.
  • Pokemon of andere computerspelletjes mag 3 keer per week, keuze van te voren te bepalen, geen discussie of onderhandeling

OUDERS gaan ook niet meer beeldschermen als de kinderen dat niet mogen. Zij zijn present en actief aanwezig in het huishouden of doen iets leuks samen zoals een spelletje, iets bakken, knutselen, wandelen of voorlezen.

Het werkt nu al heel goed! Werk en privé gescheiden is echt minder moeilijk dan ik dacht. Ik doe veel meer in het huishouden terwijl de kinderen als koning en koningin, ridders, pokemons en zeemeerminnen door het huis avonturen beleven. Er wordt weer geknutseld en getekend en geholpen bij klusjes. Ik eet soms met een taartvork, maar mij hoor je niet klagen!

 

 

Laat het los

Ik kan er niks aan doen maar ik vind het een heerlijk nummer. Ik heb het regelmatig geluisterd terwijl de kinderen al sliepen. (Of probeerden te slapen door mijn zingen heen…)

Vooral van het derde refrein word ik super vrolijk, omdat de truc die ze daar met de muziek uithalen, zo raak is, dat ik daar niet omheen kan.

Het nummer begint met enkele hoge piano tonen die al snel worden aangevuld met subtiele violen. De enkele tonen worden akkoorden en gedurende het hele nummer klingelen er pianotonen snel achter elkaar. Behalve tijdens het refrein. Vlak voor Elsa’s ‘Laat het los’ in het refrein, houdt de muziek even zijn adem in. En een fractie nadat zij ‘los’ zingt, gaat het weer verder. Het eerste refrein met de voorzichtige huppelende pianomelodie maar in het laatste refrein met een knal dat door het gehele orkest wordt vertolkt. ‘a little bit behind the beat’ (just enough to turn you on) zou Prince dat noemen. Een truc om het nét iets spannender te maken en het werkt. Ik krijg er een gevoel van geluk door, dat diep uit mij naar boven borrelt, een soort giecheltje dat er elke keer als het er aan dreigt te komen uit moet. Ik kan het derde refrein soms meerdere keren herhalen, alleen voor dat moment.

Het voelt ook echt als loslaten, wegsmijten waar je geen gebruik meer van kunt maken. Probeer maar eens mee te zingen of te dansen. Het lijkt alsof je op dat moment van adem inhouden, je het eerst nog even dicht bij je vasthoudt, om het vervolgens echt goed los te kunnen laten.

Om iets los te laten, moet je het eerst even goed vasthouden. Dat lijkt een tegenstelling omdat we dingen die we los willen laten, liever niet omarmen. Daardoor lukt het ook vaak niet om ze echt los te laten. Wat we doen met dingen die we niet willen in ons leven, is er vandaan gaan. Ze vermijden. Dat gaat automatisch en we ontwikkelen in ons leven zo blinde vlekken doordat onze automatische piloot ons beschermt tegen dat waar we weerstand tegen voelen. Op zich een knap mechanisme waarmee we onszelf africhten en beschermen tegen vervelende situaties. Het helpt alleen niet altijd in alle gevallen, waardoor we kansen missen.

Iedereen heeft zijn eigen triggers. Niet gehoord worden, voor een ander denken, je aan moeten passen. In de cursus Liefdevol en Stressvrij gezin en ook in de NaPraatgroepen herkennen ouders heel veel in elkaars situaties, terwijl de triggers echt nét even van elkaar kunnen verschillen. Overeenkomsten ten spijt, het gaat er om wat voor jou essentieel is. Als je jouw blinde vlek onder ogen kunt komen, kun je hem los gaan laten. Dat betekent overigens niet dat je daarin volledig verandert. Je hersenen zijn geprogrammeerd en dat kun je niet zomaar herschrijven. Je kunt wel gaan zien hoe je bent geprogrammeerd, wat jouw neigingen zijn als gevolg van patronen die al in je vroege jeugd zijn ontstaan en vervolgens is het aan jou om te kiezen of je die neiging volgt, of loslaat.

Als ik mensen coach, pellen we situaties af tot die blinde vlek tevoorschijn komt. Wat wil je bereiken, vraag ik steeds en door hier steeds op in te gaan, komt uiteindelijk de onderliggende behoefte bovendrijven.

  • dat hij zijn schoenen aantrekt
  • dat hij doet wat ik zeg
  • dat hij naar me luistert
  • dat ik gehoord word

Niet gehoord worden doet iets met je. Iets wat niets met de huidige situatie te maken heeft. Vooral als er vroeger iets is gebeurd waardoor het niet gehoord worden een nare ervaring werd en je je ergens hebt voorgenomen voortaan gehoord te worden. Dat gaat vaak helemaal niet bewust. Je hersenen doen dat voor je. Je hoeft niet helemaal in de psycho analyse om daar iets aan te veranderen. Je hoeft het alleen maar te herkennen als iets dat bij je hoort. Een neiging die jou altijd zal triggeren, elke keer als je je niet gehoord voelt. Zodra je dat in de ogen kan kijken, kan je het beginnen los te laten.

Iedereen heeft zijn eigen triggers. Niet gehoord worden, voor een ander denken, je aan moeten passen. In de cursus Liefdevol en Stressvrij gezin en ook in de NaPraatgroepen herkennen ouders heel veel in elkaars situaties, terwijl de triggers echt nét even van elkaar kunnen verschillen. Overeenkomsten ten spijt, het gaat er om wat voor jou essentieel is. Als je jouw blinde vlek onder ogen kunt komen, kun je hem los gaan laten. Dat betekent overigens niet dat je daarin volledig verandert. Je hersenen zijn geprogrammeerd en dat kun je niet herschrijven. Je kunt zien hoe je bent geprogrammeerd, wat jouw neigingen zijn als gevolg van patronen die al in je vroege jeugd zijn ontstaan en vervolgens is het aan jou om te kiezen of je die neiging volgt, of loslaat.

Aanwezig zijn

Als je prioriteit is er te ZIJN en dan te kijken welke taken je daarnaast nog kunt uitvoeren, komt er nog best veel uit je handen én dikke bonus: je hebt een heerlijke dag.

Onderstaande metafoor heb ik niet verzonnen maar gebruik ik wel in de lessen ter inspiratie:

Een professor stond voor zijn filosofie klas en had voor zich een aantal spullen liggen. Op het moment dat zijn les begon, pakte hij een grote, lege mayonaisepot en vulde deze met golfballen. Hij vroeg zijn klas of de pot vol was. En ja, zei de klas, de pot is vol.

Vervolgens pakte de professor een doos met steentjes en gooide deze ook in de pot. Hij schudde de pot en de steentjes rolden de pot in en namen plaats op de lege plekjes tussen de golfballen. Weer vroeg hij zijn klas, is de pot vol? En ja, stemden zij in, de pot is vol.

Toen pakte de professor zijn volgende doos, deze was gevuld met zand. En ook deze deed hij in de pot. Zoals je misschien begrijpt, de zandkorreltjes namen plaats in de lege ruimten die de pot nog had. Toen hij weer vroeg aan zijn studenten of de pot vol was waren zij het unaniem met elkaar eens, ja, de pot was nu echt vol.

De professor haalde twee glazen gevuld met bier onder zijn bureau vandaan en gooide de hele inhoud in dezelfde pot. Het bier vulde de mini gaatjes die nog over waren gebleven. De studenten lachten.

‘Nu,’ zei de professor toen het weer stil was, ‘stel je voor dat deze pot jouw leven voorstelt. De golfballen zijn de belangrijkste dingen – je familie, je kinderen, je gezondheid, je vrienden en je grootste passies – en als je alles voor de rest kwijt raakte en je alleen dit zou overhouden, dan was je leven nog steeds vol, compleet. De steentjes zijn de andere dingen die ook belangrijk zijn, zoals je baan, je huis en je auto. En het zand is de rest, de kleine dingen.

Als je het zand als eerst in de pot doet,’ vervolgde hij, ‘dan is er geen ruimte meer over voor de steentjes en de golfballen. En in het leven werkt dat precies op die manier.

Als je al je tijd en energie besteedt aan kleine dingen, dan zul je nooit meer ruimte hebben voor de dingen die echt belangrijk zijn.

Focus je op de dingen die echt belangrijk zijn voor jouw geluk.

Breng tijd door met je kinderen. Breng tijd door met je ouders. Ga op bezoek bij je grootouders. Neem je partner mee uit eten. Er is altijd nog tijd om het huis schoon te maken en het gras te maaien.

Zorg eerst dat je de golfballen in je pot hebt zitten, de dingen die echt belangrijk zijn. De rest is alleen zand.’

Een van de studenten steekt haar vinger op en vraagt waarvoor het bier stond. De professor lachte en zei ‘Ik ben blij dat je het vraagt. Het bier laat zien dat het niet uit maakt hoe vol je leven ook lijkt, er is altijd ruimte voor een paar biertjes met vrienden.’

De Mat Methode (gebaseerd op de Gordon Methode)

de-mat-instructieIk heb in het voorjaar van 2016 een licentie gehaald om te coachen op “de Mat” 
Dit is een coachings tool die efficiënt helpt om je bewust te worden van wat er speelt in een situatie, zonder alle ballast uit het verleden en de toekomst. Het helpt een situatie te ontwarren tot wat het is. Het helpt blinde vlekken te zien.

De Mat van Bureau de Mat is echt een mat die ik op de grond leg. Of eigenlijk twee de-mat-2matten, elk met een groen en rood gedeelte. Je staat tegenover een andere cursist (of een denkbeeldig gezinslid) op een eigen mat. Heb je moeite met het gedrag van de ander dan sta je op rood. Kun je het gedrag volledig accepteren, dan sta je op groen. De centrale vraag is steeds: leidt dat wat jij in de interactie met de ander doet naar het doel toe of leidt het er van af? En wat kun je zelf doen om het doel dichter bij te brengen..

Het gaat over invloed en macht. Je macht inzetten om iets te bereiken voelt vaak niet fijn, niet naar je collega, niet naar je echtgenoot en ook niet naar je kind, omdat het kwetsend is als je het verkeerd inzet. Als je je macht misbruikt.

Elke situatie vraagt een eigen aanpak. Weet goed van jezelf wat je wil bereiken, bij wie het probleem ligt en welke interventie gaat werken. Het ligt aan de situatie, aan jouw weerstand en aan de mogelijkheden van jouw kind. Dat kun je niet in een boekje lezen. Dat bepaal je zelf per situatie door steeds te onderzoeken, wat is er aan de hand en wat wil ik bereiken, welke actie past nu bij mij en mijn kind.

Je hebt zelfreflectie nodig als je je kind de kans wil geven zichzelf te zijn.

 De vaardigheden

De Mat methode is gebaseerd op het gedragsraam van Thomas Gordon. Die zegt dat als je maar met een IK boodschap kan vertellen wat jou dwarszit, de ander wel zijn gedrag zal veranderen. Verbindende of gordoncovergeweldloze communicatie is er een onderdeel van. Kanttekening hiervan was dat het pas vanaf een bepaalde leeftijd te gebruiken was. Het is niet genoeg gebleken om in staat te zijn te kunnen vertellen waar jouw grens ligt of wat jouw behoefte is. Het kind, de ander (ook goed in te zetten op collega’s of cliënten) heeft ook een behoefte en kan niet altijd aan jouw verzoek voldoen.

Waar de ontwikkelaars van de Mat tegenaan liepen was dat je soms moet constateren dat de ander niet anders KAN. Dat bleek een essentieel  onderdeel te zijn voor hun methode.

Als je kind iets nog niet kan, omdat hij het nog niet kan begrijpen, of omdat hij er motorisch nog niet toe in staat is zoals fietsen, dan heeft aanmoedigen of verzoeken alleen, weinig zin. En benoemen hoe je je voelt doordat je kind niet fiets, gaat weinig uithalen behalve misschien een onduidelijk en onterecht schuldgevoel bij het kind. De goedbedoelde Ik-boodschap heeft dan weinig effect. Ook een baby die huilt midden in de nacht is niet gemotiveerd door het effect daarvan op jou. Dat effect uitspreken naar je baby slaat nergens op.

Als ouder kom je dagelijks in nieuwe situaties die weerstand oproepen. Je kinderen ontwikkelen zich voor je ogen op voorspelbare en vaker nog onvoorspelbare wijze. Je hebt zelfreflectie nodig als je niet altijd je eerste neiging wil volgen en je kind de kans wil geven zichzelf te zijn.

Bij Yaksha’s lessen oefenen ouders op de Mat vooral om bij zichzelf te ervaren waar hun weerstand zit en of die wordt opgeheven als zij bepaalde stappen gaan volgen.

Wie heeft er hier een probleem?

In de oefeningen die ik doe met ouders komt er altijd de vraag: en wie heeft er nu een probleem? Dat is een essentiële vraag, omdat die je handelen bepaalt.

Als de ander een probleem heeft, dan kun je drie dingen doen: Je kunt een prothese zijn/ maken, hulp bieden of actief luisteren. Bijvoorbeeld een baby met honger ga je voeden, probleem opgelost. Een kind dat niet kan fietsen, geef je zijwieltjes (prothese) of je leert het fietsen. Probleem opgelost.

Maar vaak is het probleem dan niet opgelost. Er is nog iets. De ouder heeft ook een probleem. De ouder voelt ergens onvrede, weerstand, een neiging tot.

Dan gaan we daar mee aan de slag. Wat moet er nou gebeuren om die weerstand op te heffen? Dat is vaak niet het probleem van de ander (helpen) oplossen, maar iets anders. Iets maakt het ingewikkeld. En meestal is daar wat zelfreflectie essentieel. Op de Mat gebeuren dan kleine wondertjes. Het klinkt misschien zweverig, maar je moet maar eens komen kijken hoe goed het werkt. Lachsalvo’s maar ook verdriet of ontroering omdat iemand even aanraakt waar het echt om gaat. In een groep waar het veilig is om dat te laten gebeuren. Elke keer weer een cadeautje vind ik dat!

https://wordpress.com/read/blogs/107921534/posts/227

Grenzen aangeven is verantwoordelijkheid nemen

Paul komt de kamer inlopen en gaat zuchtend aan de eettafel zitten. ‘ik wil het weer iedereen naar de zin maken maar ik wil ook aan mijn eigen dingen toekomen, hoe doe ik dat? Hoe weet ik nou wanneer ik mijn grens aan moet geven? Hoeveel kleurplaten print ik uit voordat ik weer aan mijn eigen werk kan gaan? Hoe weet ik waar hun vrijheid ophoudt en die van mij begint?’
Ik grijns: Daar geef ik cursus over
Ja dat wéét ik…..dus wat is het antwoord?

Hier ga ik even voor zitten. Dit is waar veel ouders mee worstelen. Dit is waarom Yaksha’s lessen zijn ontstaan. Je ziet vaak wat je kind nodig heeft, maar als je daar alleen maar aan tegemoet probeert te komen, ga je vaak over je eigen grenzen heen. Hoe vind je daar een evenwicht in? Dit geldt trouwens niet alleen voor je gezin, maar voor alle situaties waarin je je grenzen moet bewaken.

Kies voor ALLES wat je doet voor 100%. Kun je er niet achter staan? Doe het dan niet.

Het kan goed zijn dat je je moet realiseren dat je best een eigen behoefte uit kan stellen. Dat je kind iets vraagt wat eigenlijk best redelijk is. Kies er dan met plezier en overgave voor om het toch te doen. Maar ga niet zuchtend kleurplaten uitprinten omdat je eigenlijk aan het werk wou. Als je ervoor kiest om een kleurplaat voor je kind uit te printen, sta daar dan voor 100% achter en doe het met 100% aandacht. Als dat niet lukt, doe het dan niet. Gewoon niet dus. Want daar is je grens. We gebruiken smoezen in ons hoofd om over onze grenzen heen te gaan, of om anderen dat toe te staan er over te stappen, maar we weten precies waar die ligt. 

Laat helder zijn, anderen kunnen jouw grenzen niet bewaken, die zien hem niet, die voelen hem niet, dat kan alleen jij. Anderen hebben hun eigen grenzen om te (leren) voelen en bewaken.

Als je bij jezelf merkt dat je een grens te pakken hebt, dan wil dat nog niet zeggen dat je weet wat je moet doen. Vaak zit hier de volgende worsteling. Je wil je grens wel aangeven, maar je wil de ander niet kwetsen, tekort doen, zijn rechten ontnemen. Hoe je je grens bewaakt, hangt af van wat je wilt bereiken in contact met de ander.

Hoe doe je dit in de praktijk?

1: Voel je grens

Het voorbeeld van de kinderen die achter Paul aanrenden toen hij in de studeerkamer aan zijn werk wou gaan. Papa mag ik een kleurplaat?? Op dat moment was er een grens. Hij zuchtte, richtte zijn ogen naar het plafond, keek wanhopig mijn kant uit. En ik deed mijn wenkbrauwen omhoog, want ik heb mijn eigen grens.

Als je niet weet waar je grens ligt, zeg dan bij alles wat je doet: ik accepteer voor 100% wat er nu gebeurt. Merk je dat je dat niet kan zeggen? Dan heb je je grens te pakken. Grenzen zijn haarscherp.

2: Toets je aannames en gedachten

Om 100% verantwoordelijkheid te nemen voor de situatie moet je toetsen of de gedachten die je op dat moment hebt, kloppen. Voorbeelden:

  • er wordt geen rekening met me gehouden (en dat moeten ze wel kunnen) Klopt dat voor 100%?
  • ze worden ongelukkig als ik nu NEE zeg, dan ben ik geen goede vader Echt waar? 
  • mijn vrouw heeft het erg druk gehad, die wil ik ook niet opzadelen met het gezeur wat ontstaat als ik nu nee zeg. Oh ja? Wil ze dat? 
3: Kies voor 100%

Je doet het wel of je doet het niet. Doe je het wel, dan kies je ervoor en doe je het met liefde, met een glimlach, zonder zuchten en klagen. Lukt dat niet? Dan doe je het niet. Dat zal je dan uit moeten leggen en dat zal op weerstand stuiten en gezeur en gedram misschien, misschien ook niet.

Als jij zeker weet dat je het nu niet moet doen, dan kan je dat geloofwaardig uitleggen. Houd stand en blijf bij je grens. Het kan nu echt niet, nu niet. Misschien later wel, maar nu niet. Je voelt wel of je echt kunt kiezen, voor 100%. Het kost misschien wat oefening, misschien moet je het een paar keer ervaren, maar je zal zien dat als je keuze klopt, je het ook kunt handhaven. Merk je dat je in een machtstrijd terecht komt? Vraag je dan af of je keuze klopt en je weer verbinding kunt zoeken met jezelf of je kind. Veel ouders geloven dat ze consequent moeten zijn en bij hun standpunt moeten blijven om geloofwaardig te zijn. Het tegendeel is waar.

Als het je lukt om voor 100% te kiezen voor je eigen handelen, creëer je vanzelf meer compassie voor jezelf en de ander.